Sunday, 8 January 2012

Thursday, 29 December 2011

29122011




and i try to hold on to the last of summer's days

Monday, 19 December 2011

19122011

ik waste lakens met bloemen
en truien van wol
en hing ze over stoelen
in gedempt decemberlicht

mijn kamer is een
kinderkasteel van stoelen
en van kussens
en gedempt decemberlicht.

Tuesday, 6 December 2011

07122011

wanneer de adem naar winter smaakt
is de vorst nooit ver weg

het was nog nooit zo stil in kopenhagen.

Tuesday, 8 November 2011

Geen Titel 59



wanneer de nacht en het winteruur valt over 't noorden,
is garbo nooit ver weg
uit mijn gedachten.

snow is like a white sea. one could go out and be lost,
and forget the world and one self.

g. garbo - queen christina

Friday, 28 October 2011

28102011

aan S.H.

Er zijn natuurlijk altijd die momenten waarop men denkt, wat doe ik hier,
in deze witte kamer,
met meubels die de mijne niet zijn, met een lucht die de mijne niet is,
met een uitgesteld gevoelsleven.

vluchten kan niet meer, 'k zou niet weten hoe.

De rituelen die ik opneem, nu ik even terug in … ben,
zijn vertrouwde, veelbetreden wegen.
van lezen op een kamer vol jeugdzweet en stof,
van treinen in het rood, van koffie onderweg,
in de straten van de heimat.

Ik kijk foto's van mooie jongens, van diva's in zwart wit.
Gauw koop ik nog wat gele chrysanten.
November is reeds in mijn gemoed.

Sunday, 23 October 2011

Geen Titel 58

voor Pauline

Reluctance

Out through the fields and the woods
And over the walls I have wended;
I have climbed the hills of view
And looked at the world and escended;
I have come by the highway home,
And lo, it is ended.

The leaves are all dead on the ground,
Save those that the oak is keeping
To ravel them one by one
And let them go scraping and creeping
Out of over the crusted snow,
When others are sleeping.

And the dead leaves lie huddled and still,
No longer blown hither and thither;
The last lone aster is gone;
The flowers of the witch-hazel wither;
The heart is still aching to seek,
But the feet question 'Whither?'

Ah, when to the heart of man
Was it ever less than a treason
To go with the drift of things,
To yield with a grace to reason,

And bow and accept the end
Of a love or a season?

Robert Frost - A Boy's Will and North of Boston

Monday, 17 October 2011

171011

De bomen zijn er laag, en eeuwig groen, in het westerkerkhof in de koningsstad.

Dat ik net daar wandelde, was geen toeval. De noordse zon is mild, de stilte doet me goed. -stilte begeleid met mobiele muziek uit de heimat- stilletjes zing ik mee met soundtracks van melige films, met ballades van diva's lang vergeten. Ik kijk naar de namen, de vredige ruïnes, de moeite die men deed om het kerkhof aan te leggen. Met bomen en vijvers en paadjes in sterrenpatroon. Er zijn haast geen mensen, het is een doodgewone zondag in oktober. Ik merk dat ik spreek en mijn dagelijkse handelingen herhaal. Men zal zich douchen, scheren, eindelijk afwassen. Schrijven is het laatste waar ik aan denk wanneer Dion, C. haar laatste schrille tonen door mijn trommelvliezen blaast en ik ril van kippevel en adoratie.
En zo wandel ik verder, in het gezelschap van directeurs en sociaal-democraten; van trotse sufragettes en katholieke fabrikanten.

Het lijkt me geen toeval dat naast dat lommeroord van vredige dood een gevangenis ligt.
En tivoli blijft maar draaien in de verte.

Thursday, 6 October 2011

06102011

nu is de herfst gekomen
met westerwind heimatwind

wind die mij ontwortelde en
plantte in het noorden.

( al heeft een vers verpotte plant
veel licht van doen )

Sunday, 2 October 2011

Geen Titel 57




vilhelm hammershøi

021020112

met de handen op de rug
loop ik door de stad
van koningen met twee namen
en veel romeinse cijfers
van koninginnen zonder echtgenoten
van prinsen zonder vrouw

in een stad van vele torens
en bruggen en water omringd
door straten en huizen als in
parijs en de herfstzon doet de
groene daken zinderen
fladderen trillen vervagen in
mijn slechter wordend zicht

en zo wandel ik rond
met de handen op de rug
in een stad die de mijne nog niet is
en waar de mensen lopen en fietsen
en praten tegen hun kinderen als
waren het volwassenen met
lichtblond haar en vrouwen
turks spreken tegen dochters
en wijzen naar hun zonen
die de deuren openen van
trams metro's bussen lokale
treinen

en zo wandel ik rond
ik kijk naar hen en denk ik
sta hier buiten maar ik blijf
wandelen met de handen op
mijn rug
en mijn rugzak weegt
en mijn schouders tonen
rood van bandjes en jasjes
en muizenissen
en r.e.m. zingt mee in mijn
hoofd over religie en kerken
zie ik dansen in de eerste
herfstzon die schijnt over
de stad van koningen en hipsters
en mensen zonder papieren

en de bruggen zijn hier lang
en breed en groot maar altijd
kaarsrecht als de mannen op
hun fietsen als de soldaten op
hun paarden en hun helmen
blinken en verblinden mijn
mollenzicht door mijn bril

die vuil is door het stof van
wegenwerken en nazomerwarmte
en uit mijn poriën komt gekropen
en een folie vormt op mijn wezen
op mijn gezicht en mijn bril
die bedampt en die lijkt te zeggen
poets me nog niet want zo is het
beter zo is het vaag zo zie ik
de details niet van de stad die
de mijne nog niet is

en zo wandel ik verder en ik neem
de trein en ik wandel verder en
denk aan wijn en cornflakes
want een mens moet ook eten en
drinken
ook in een stad van koningen
en koninginnen.

02102011

dat de zon niet blijven schijnen zou,
zei je, was te verwachten.
de herfst speelt met onze voeten,
straks gaat het waaien, men regen
die uit de grond lijkt te spuiten.

(in de metro is het heet, mijn
poriën zweten stadsvuil)

de mensen bundelen zich in groepen
in strepen zon in nat gras en
drinken bier en ik aanschouw
als een wesp in een fles
kijk ik mensen.

Saturday, 1 October 2011

01102011

eg har spist for mykje potetgull
og klokken er berre halv tre

Wednesday, 28 September 2011

Geen Titel 56

280920112

oude zielen als de mijne
hebben hertezeer als ze scheiden van hun heimat.

28092011

Voor M

Wat zijn de dagen hier goed en lang.
(niet zo lang als de zomer – nazomers zijn vermomde herfstdagen)
Hier ben ik thuis, al ruik ik het nog niet. Ruiken? Thuis ruiken?
Ja – thuis ruikt als nergens anders. Een keuken, een woonkamer,
de sofa, het terras, de wasverzachter in onze kleren. Nee, nergens ruikt
als thuis. De vraag is of je dat ooit terugvinden zal. Of zelf een nieuwe
thuisgeur maken kan. Het is hier geurloos. Ook al is er koffie, en parfum
en chloorwater in de zwembaden. Ook al hangt er herfst in de lucht en
zijn de wolken zwaar van verwachtingen en wensen van mensen en
dieren, honden en katten en parkieten.

Tuesday, 27 September 2011

27092011

... Alsof de mensen beseffen dat de winter komt
dat gauw de zon niet meer boven de torens rijst
dat gauw de schaduwen heel lang zullen zijn
de straten glad, de bomen kaal

Nazomer in kopenhagen
is als witte wijn om 11h30.
zoet en net wat ik nodig heb.

Het tintelende gevoel laat mij hier niet los
ik zwem en fiets en kijk en weet dat ik thuis komen zal.

Sunday, 25 September 2011

26092011

... say wonderfull things to me, especially I love you ....

(over en uit
zijn militaire commando's gebruikelijk
bij 1-to-1 snelberichten)

de lucht is purper en zalmroze
als 't lelijk behang van bij ons moeder
straks dan ik vliegen - klieven

een trein is traag en
als mijn hoofd zwaar van eurosong
en pendelbesoignes

er is dromen
er is vliegen
er is landen

over en uit
en we zijn geland meneer

25092011

in kopenhagen ga ik fietsen en zwemmen.
ook ga ik wandelen en uitwaaien en lezen.
(hopelijk heeft dat effect op mijne fysiek)

i can't break away
i can't say goodbye
no i'll never
break
a
way

from you
no no
no no no no no

Wednesday, 17 August 2011

Geen Titel 55

Dæ fauk ikkje alt av frø dit lendet va best

nokken slo rot der berget bratna som mest



aille så ville dæm ut

drømte seg stor

men lagna’en ga ikkje alle den same jord



Nokken bei rake teina i solskjennslia

ainner krøyktes i flågan på skyggesia

mangen slags gagneved kuinne eg nemne..

men leit ikkje i solskjennsli etter krokstav-emne



Fra diktsamlinga “Landet og Lyset” av Helge Stangnes

Monday, 15 August 2011

15082011

vandaag voel ik de toekomst
in de afwas
in de koffie
in de wereldbol die viel

vandaag voel ik de toekomst
komen
door licht in het raam
door gedichten in de krant

vandaag voel ik de toekomst
komen
licht hout
ikea hout
knipsels en muziek

Saturday, 25 June 2011

Geen Titel 54





vart jag mig i världen vänder
står jag här med tomma händer
längtar efter något som kan rädda mig

Monday, 20 June 2011

19062011

Voor Artuur
zijn bloemen uit Groenland
ijsjes uit Damascus
legoblokkenvan de maan
sterrenstof van verre landen

Droom mijn kind
mijn koningskind
van sluiers en vliegende tapijten
van elfjes en kastelen
van wolkenkrabbers in New York,
van velden in Westouter

Hier, kijk, hier, is de wereld
de jouwe. Geen afstand te groot,
geen bestemming te ver

Voor Artuur
zijn liefde, energie en dromen,
mama's ogen, papa's lach
een pinnemuts, een springkasteel,
een boek met jouw dromen,
jouw wensen, jouw wereld gaat open!


til Artuur,
er blomst frå Grønland
is frå Damaskus
legoklossar frå månen
galaksar frå fjerne lander

draum, mitt barn
mitt kongebarn,
om slør og flygande matter
om alvar og slott
om skyskrapar i New York
om sletter på landet

her, sjå, her er verda din
ingen avstand for stor
inget mål for langt unna

Til Artuur
er kjærleik, energi og draumar
moras augo, papas lått
ei nissehue, ei hoppeborg
ei bok med dine draumar
dine ynskjar, verda di
som opnar.

17062011

til Morten

----------- het dak is wit, wit als mijn gedachten
de maan was half, gisteren, en de lucht rook naar vlees,
lege turkse restaurants, toast hawaï en mannen van de nacht

Zie! kijk naar de maan. Zo geel is zij, in del ucht, op de daken,
in mijn reflectie in het water en het spiegelglas van auto's. Merkwaardig,
met 's nachts de maan en de regen overdag. Regen die de wereld wast.

Regen die op mij neer valt zoals de maan dat eerder deed.
What would Greta Garbo do?
De buurman is een parkiet. Rusteloos loopt hij rond, hij wipt en spring en
kwettert. Is hij blauw? (Die vind ik het leukst)

Soms wil ik vliegen, maar ik weet dat slechts verhuizen kan.
Hop! Als een parkiet. Van kooi naar kooi, maar altijd blauw
en rusteloos.

Regen ruikt naar wol, de maan naar koffie. Ochtendkoffie.
In blauwe kopjes, met witte bordjes. Wit als mijn gedachten. Adieu ----

---taket er kvitt, kvitt som mine tankar.
månen var halv, igår, og luften lukta kjøtt,
tomme turkiske restaurang, toast hawai og nattas menn.

Sjå! Sjå på månen. Så gull den er.
I luften, på tak, i refleksjonen min i elva
og bilevindauger. Merkjeleg,
med månen om natta og regnet om dagen.

Regn som vasker verda.
Regn som faller på meg som månen gjorde før.
What would Greta Garbo do?

Naboen er ein undulat. Han går kvilelaus rundt
og kvittrar. Er han blå? (Dem liker eg best)

Iblan vil man fly, men eg veit at man berre
kan flytte. Flytte som ein undulat.
From cage to cage, men alltid blå og kvilelaus.

Regn luktar ull og månen luktar kaffe
Kaffe om morgenen. I blåe kopper,
med kvite tallerker.
Kvite som tankane mine. adjø -----

Wednesday, 25 May 2011

Wednesday, 4 May 2011

04052011

voor L.

met liefde, heel veel liefde, denk ik aan jou

in mij vindt ge uw hart,
in mij vindt ge uw kaars die brandt,

in mij vindt ge de taal van uw land, uw straat, uw jeugd

in mij vindt ge het object als stilstaand water,

schijnbaar schoon maar vol van kankers,
in mij vindt ge de schoonheid, de herinnering, het denken
aan toen,
van die toestand met dat raam, papapam papapam papapam


met heel veel liefde denk ik aan jou,

aan dat café met die bronzen tap
en de honden met touwen en mensen die lachen
van tristesse, van plezier

ik zie je gauw
in de stad
waar
stilstaan
d
water
stromen
kan.

26042011

voor I.

het parfum van de mensen die ik
niet ken ontploft in de hemel

ik zie, ik zie het water
het water van de lucht
buskruitsterren flitsen licht
en schrikkende reflecties

van een toen aan een tafel
met kleine glaasjes limonade
en een amen en
hoe was dat ook al weer?
met die uil en die kaars
en die bril op je neus

ach, hoe vlug toch wordt het donker
in de avond van mijn jeugd

(in mijn hart, met
confetti van de lucht,
hou ik van jou)

Thursday, 28 April 2011

Sunday, 17 April 2011

17042011



ik lig zoet en mijn haren krullen
als de baan van de zon

hoog boven mijn lakens
zing ik een lied van

ik vlieg









Tuesday, 12 April 2011

Geen Titel 51



















Wenn mal mein Herz unglücklich liebt
ist es vor Kummer unsagbar betrübt.
Dann denk ich immer, ach
alles ist aus,
ich bin so allein.
Wo ist ein Mensch der mich versteht,
so hab ich manchmal voll Sehnsucht gefleht

Tja, aber dann gewöhnt man sich dran
und man sieht es ein:

Davon geht die Welt nicht unter
sieht man sie manchmal auch grau
einmal wird sie wieder bunter
einmal wird sie wieder himmelblau
Geht mal drüber und mal drunter
wenn uns der Schädel auch graut
Davon geht die Welt nicht unter
sie wird ja noch gebraucht.

Friday, 8 April 2011

08042011

Ontgoocheld

'k Had - ik weet het was vermetel -
over tijd het vast gedacht
Phoebus te beschrijven, Phoebus
en zijn gouden morgenpracht.

Doch, ik moet bekennen dat ik
de eerste klaarte van den dag,
elders nooit - ik vraag excuse -
dan in bedde, rijzen zag.

'k Wilde dus, de visu, weten
hoe dat Phoebus stralenmacht,
's nuchtends in gevecht komt met de
zwarte kinders van den nacht.

't Was op eenen lentemorgen,
talrijk zijn die morgens niet,
dat mij Morpheus - hoogst gelukkig -
vroeg genoeg ontwaken liet.

Ik ontwaakte, en duizelachtig,
bijna zonder kleedren aan,
klaar van haaste, liep ik buiten,
buiten in de koude staan.

Achter tien minuten wachtens,
lag er langs den Oosterkant
door de purpre duisternissen,
een gestriemde roode band.

Dan, de zonne stak allengskens
haren dikken waterkop,
lijk een gloeiende ijzren schrijve,
tusschen 't groen der boomen op.

Dit was alles; 'k stond te bibbren
en beklaagde deerlijk dat,
tegen Phoebus koude, ik mijnen
warmen slaap verwisseld had.

Hieruit trek ik geen besluiten,
maar ik raad eenieder aan,
de idealen van de dichters
nooit de visu na te gaan.


Omer-Karel de Laey - Ook verzen (1902)


Monday, 4 April 2011

03042011

mijn vader
als hars

(te simpel, recht-door-zeebeeld?
de dichter weet dit,
maar beseft maar al te goed
de lyrische kracht van de
me - ta - fo - rie)

harde amber, hiervan erfde ik
de haren
een eikenbast die bloedt

het kookt, verbrandt de bla'ren,
maar het stroomt en kleeft
verbindt het loof met de bast,

de schaduw van zijn grote hart.

Tuesday, 29 March 2011

29032011(joyce again)

This race and this country and this life produced me, he said. I shall express myself as I am.



J.Joyce - A Portrait of an Artist as a young Man

Monday, 7 March 2011

07032011

The spirit of Ibsen would blow through him like a keen wind,
a spirit of wayward boyish beauty.



j.joyce - a portrait of the artist as a young man

Tuesday, 1 March 2011

Geen Titel 50


















han tegna ei dame
som leste ei bok
som eg også
tenkte å lese
om ei dame

og eit hav
var kvitt og stort
som ei gammeldamas hand

så roleg den
leika med jorda
med landet

24022011

De koffie is sterk en mensen lezen en praten zacht. Een man tekent en ik lees To the Lighthouse en elke pagina is zo mooi. Alsof Ginny Woolf ziet wat ook ik zie, wanneer de dag voorbij gaat en de mensen hun leven leiden. Op en neer gaat het met de wind en het ijs op de golven. Koud is het ook, en ik loop onwennig, al is het hier thuis. Net alsof je je weg niet lijkt te vinden in een nieuwe kamer, die nog veilig, warm en zacht rond je moet vallen, als een badjas na het zwemmen.
Ja, de koffie is heel sterk en mijn hart begint te kloppen, heel snel. Op en neer als de wind en het ijs van de zee. Ik sliep af en aan en werd wakker met de noordse zon op mijn lijf en mijn opengesperde mond vol slaap en onafgewerkte droomresoluties. Tijdsbesef lijkt niet te bestaan in de slaap, dus in gedachten kon ik de aarde wel vier keer omcirkelen, in anderhalf uur.

In hele diepe slaap, van zwart maar zonder dromen,
zonder manen,
is geen klok of hart dat tikt,
maar een ritme van eb en vloed,
van golven op een dichtgevroren zee.

Als een echografie golven mijn gedachten.

De parken worden gauw weer groen, met roze bloesems, Japanse kerselaars, die gaan we planten, met geuren van roze, liefde en thee.

Tuesday, 22 February 2011

21022011

lang heb ik getwijfeld of ik dit zenden zou. want woorden zijn als ijskoude februariwind. ze snijden en komen aanvliegen door kieren en spleten van oude huizen. uit steegjes met trappen, tussen parken en banen. dan zijn ze plots daar, en voor je 't weet gaan ze weer liggen. de woorden, die wind.

de stad was leeg en donker. (gele plekken straatlicht hier en daar)mensen op een fiets, roepend. mensen te voet, meelippend met muziek in hun oren. en ik die vocht. de weg is heel steil van daar naar hier. ze gaat omhoog, en de wind blijft waaien, de woorden blijven kolken. sterk ben ik, en ik ga door. ik tast in mijn jaszakken, in mijn tas, want misschien ben ik iets verloren, misschien verliet ik iets, daar, langs het water. de maan was hoog, en verblindde alle sterren. omhoog, vooruit, een groet, een lach. ieder lied lijkt een themalied, maar sterk ben ik, en ik ga door.

het bloemendek is koud, mijn voet lijkt half gebroken. de lucht is droog, mijn ogen zwellen en mijn hoofd is vol. een zanger zingt een lied, en ik merk dat woorden net als wind zijn. een wind die slaat tegen de ruiten van dit huis. een wind van wit en woorden, de loop der seizoenen.

ist das leben denn ein film?

Monday, 21 February 2011

20022011

naar de wereld daar beneden

(…) een taal van weinig spreken, maar van veel zeggen. de kunst van de onderstroom hebben wij te pakken. wij spreken en herhalen, wij bieden aan en zeggen ja en we weten dat het goed is. dat de dingen ongezegd van tel zijn. dat ge veilig zijt. die ja, met koffie en een krant, en een dagen oude kater zegt het alles. en dan klinken de klokken van de torens, en de meeuwen schreeuwen voort. de zwemmer zwemt en de leie, schone plas, die vaart en schrijdt door het land in 't westen, het land dat ons bindt. een land van knikken en zwijgen en weten dat ge veilig zijt,

ja.

13022011

en wij reden
in het koren
in de akkers
vol met graan

was die nacht
pas neer gevleid
en de regen
van de maan

was gekomen
met zijn handen
zilverdraden
zacht op mij

en wij dreven
pas geboren
in die regen
van de maan

foto ryan mcginley - moonmilk

Monday, 31 January 2011

31012011

en ook weemoedigheid, die niemand kan verklaren,
en die des avonds komt, wanneer men slapen gaat.

uit
w.elsschot - het huwelijk

Saturday, 22 January 2011

22012011

gesprek met mijn kussen, met de spiegel, met de nacht

laatst zat ik op de tram, een vrouw had oorringen
en een sjaal in felgroen (met papegaaien)

de tram zat vol met dames uit de denderstreek
en de trein vol zwijgende west-vlamingen
koud is het buiten, en de auto's
rijden af en aan

de kamers kloppen rustig voort
Kaboomkadaboomkaboom

gelukkig heb ik hollandse nota's
en een goed paar kousen
koffie en boeken en geïllustreerde kopies
vol cirkels en kalende mannetjes

chetje baker die speelt zoet

Kaboomkadaboomkaboom

het is al te laat om te tuinieren...

maar soms vraagt een mens zich ook af waarom alles leuk moet zijn

Wednesday, 19 January 2011

Monday, 17 January 2011

17012011

ik: ik lag in mijn bed, en ik wou op mezelf zijn,
met kasten met suiker, koffie en meel. (in glazen potten)
en met ochtenden met kranten en een goeiemorgen, en de
geur van tulpengroen

hij: soms is dat het mooiste wat er is en soms zelfs vaak

ik: ja, zonneschijn met mooie prenten, en een boek dat
maar niet uitgeraakt. maar het is zo moeilijk zweven,
tussen droom en boerenverstand.

Friday, 14 January 2011

Geen Titel 48

14012011

Conté, camembert, roquefort, gorgonzola, gatenkaas uit Zwitserland. Hazelnoten, walnoten, amandelen en rozijnen. Druivenbladen met daarop kleine broodjes. Een zelfgemaakte paté van kippenlevers, pistachenoten en gedroogde abrikozen. De paté, omzwachteld met spek, staat centraal op de tafel, geflankeerd door herfstboeketten van oranje eikenbladeren, rozenbottel en gedroogde hortensia’s. De eetkamer is zwak verlicht door kaarsen op het uiteinde van de tafel en de haard die flauw licht en warmte geeft. De rode fluwelen gordijnen al jaren dicht om het nachtelijke licht van de stad uit het huis te houden. (De herinnering aan een maagdelijk meer moest behouden blijven.)

“Ik leef, maar heb geen god te danken. Ik ga de krant zelfs niet meer halen. Het fruit droogt op, het huis is muf en stinkt naar duiven en stof. Hij staart naar de portretten aan de muur. Hij staart naar de gordijnen, die zijn stad verhullen. ”

Artificiële zielen, personages in een decor. Een wit nachtkleed, met franjes aan de mouwen en de hals. De kale takken van de berk naast het raam kleven tegen de dreigende lucht, als vernauwde kransslagaders van een zieke long. Zwartgeblakerd door de mist en de nacht.

“De mist zet op. Kom vlug slapen, kom.”

Ze kijkt naar haar nagels, ongelijk geknipt, een paar waren er gebroken. Haar vingertoppen zien rozig, de rest van haar handen gelig en blauw geaderd. Ze peutert de slotjes los van haar gouden armbandjes en legt ze naast elkaar, van groot naar klein, op het tafeltje. Kaders op het nachttafeltje. Haar vader, haar man, haar zoon.

“Vergeet u de kaarsen niet te doven, dat lukt u nog net mag ik hopen?”

De rode cijfers op de wekker geven vijf uur aan. De zware beige bebloemde dekens liggen opzij gerold, haar witte nachtjurk omhoog getrokken en gescheurd. Haar armen en hals liggen levenloos tegen de franjes, als verwelkte tulpen in een vaas. De lucht is zwart. Enkel wolken, geen maan. Het glas water staat nog steeds op het kastje.

Friday, 7 January 2011

Tuesday, 4 January 2011

Geen Titel 46

In A Cafe

When Love is lost, the laughter's good and gone,
The sun sinks down, the heavy fog rolls in,
Nothing is left to say and you know that no good
Will ever come of this,
Life will never again be miraculous.
Tall dark woman in the café, I see
How the tears glitter in your blue eyes.
You drink black coffee for bravery
And weep onto the front page of the Times.
I had a love once too who now is gone, is
gone, she's gone. The waves roll along
The coast, the sweet summer rain blows in.
If I knew you, I'd sit by your side and sing:
This world is not our home, we're only
passing through.

G. Keillor



Friday, 24 December 2010

24122010



langs half gesmolten sneeuw en galopperende
paarden, tussen kale bomen, groene bomen,
gele bomen

en de lege trein die beige door
mijn land rijdt

mijn land van katten en dromen
en schaatsende auto's vol truien
en gesprekken van moeders en vaders
bij een boom van herten en plastic wit

en ik galoppeer
bij de paarden met bevroren flanken
ik adem luid (ik zie mijn adem stomen)
ik galoppeer
ik vries niet vast
ik sta niet stil.

(dat moet ik denken hoor. en dat is ook zo.
want de dichter heeft de waarheid in pacht.)

Wednesday, 22 December 2010

Geen Titel 45


- brown paper packages, tied up with string -

Monday, 20 December 2010

20122010

de nacht is wit, en het land staat stil
(gedempte klanken in de straat, in de hal)
hier is het warm, in de lakens van mijn bed

de brieven die ik lees
de noten die ik hoor
de kleuren die ik zie

(rood en roze, sterrenstelsels voor mijn
ogen, de nacht is wit en de
jongens van mijn dromen spreken)

Saturday, 11 December 2010

11122010

Mijn schedel is niet hol
Iemand slaat een gong
ECHO van ijzer
koperentrillingendrillen
zich een weg door mijn haren
door mijn oren
GONGONGONGECHO

Ik had plezier, maar nu ben
ik ziek. De lucht is vochtig,
de trein is traag. Het is net
alsof iedereen de stad verlaat.
Een baby huilt. hoofdpijn.

Tuesday, 7 December 2010

08122010



Ja, wat is liefde?
Een wind die suist in de rozen,
nee, een gele fosforescentie in het bloed.



K.Hamsun, Victoria




Saturday, 4 December 2010

04122010

För er alla, som jag funnit eller finner glädje i
och bevarat som bilder på själens ikonostas,
höjar jag mitt kranium fyllt av poesi som en kalk
med vin från bordets viloplats
(...)
Minne!
Här ska dom frängas i hjärnens salong
med ögon fyllda av glittrande skratt
oändeliga köer av alla jag tyckt om.
I bröllopsskrud ska vi klä denna natt.

Från kropp till kropp ska glädjen stråla.
Den här natten ska aldrig bli glömd.
Jag ska resa mig upp och spela med min egen ryggrad
som flöjt.

mayakovski

15112010

mijn land staat vol water
(een koning werd geboren)
mijn land is nu zee

en ik zal voor hem zorgen
en ik zal hem graag zien,
uw A., mijn koningskind.

voor M.

Tuesday, 12 October 2010

12102010

Ik droomde ooit van treinreizen zoals deze, Nora. Treinritten die je bij ons niet maken kunt. Treinreizen naar het onbekende, over water en land; door tunnels en rode steden. Jij weet goed wat ik droomde, dat vroeg je toch steeds. het park, aan de banken. Het was toen te koud, bij die fontein. We dronken wat en lachten luid. “Daar droom jij van? Van treinreizen?”, terwijl de wind het fonteinwater in onze haren blies. Ja, daar droomde ik van. Dan keek ik uit het raam en zag de wolken. Roze wolken, paarse wolken. Wolken die verdwenen en wolken die verschenen. Opbollende wolken, explosies in de lucht. Torens van pluis en waterstof. En de trein die ruist, en de trein die rijdt. De trein die muziek geeft aan de wolken. De wolken zijn muziek, Nora. De wolken zijn muziek. En ze blijven maar spelen, melodieën, geen explosies. Symfonieën en improvisaties. Kandinsky trekt de strepen en de natuur speelt verder. Muziek, geen beelden. Niets statisch, maar klanken die vervagen en verkleuren in de zon. Notenbalken, concerto’s boven zee, zwanger van water, lucht en elektriciteit. Zo droomde ik van die treinen, Nora. Nu kijk ik door het raam en zie ik de wolken.
De wolken zijn hier anders. Ze zijn niet zwanger van westenwind. Ze zijn mager en vegen de lucht schoon. Borstels in de lucht. Kssj, kssj. Is dat de trein of zijn dat die wolken? De trein, de wolken, kadans kadans! De wolken die jagen, de wolken die vegen. Ze nemen geen zout mee van de zee, maar de wind sleept ze door Kattegat, door Skagerrak. De wolken schuren de kusten hier plat. De kusten zijn vlak, net zoals de onze. Heel vlak. Nog platter zelfs. (maar zonder hoge torens) De duinen zijn hier weggewaaid. Hier spelen geen kinderen, hier staan geen flatgebouwen, maar naaldbomen. Donkergroene naaldbomen aan een blanke kust, een witte kust, een kust die de mijne niet is. De bomen vliegen, de wolken glijden, de zee die golft en slaat. Mijn hersenen halen trucs uit met mijn ogen. Ze zien alles ruisen. Strepen, strepen, witte, roze, groene strepen. Kadans kadans. Kssj, kssj, roetsj, roetsj, nevelpluis. Dit nieuwe is niet eng, je hoeft niet bang te zijn. Dit nieuwe is niet als een zaal vol nieuwe mensen, of een straat met oude gekenden. Het is zo nieuw dat ik nog niet weet wat ik moet denken. Als een baby die leert stappen. Enthousiast tot zijn eerste val. Maar ik ben nog niet gevallen, hier, in ‘t noorden viel ik nog niet. Hier ken ik de gezichten niet, ze kijken me niet aan, strepen op de fiets-iets-iets. Het is niet vroeg meer, maar de zon hangt laag en schijnt tussen het graan op de velden. De wolken zijn nog roze. Ze zijn zelfs blauw. Zag jij al blauwe wolken? De reflectie van de treinramen, zal je denken. Nee, blauwe wolken! Blauw! Blauw zonder zon. De zon is nog tussen ‘t graan. Geen damp op de grachten, geen spits op de wegen. De mannen rusten nog, de vrouwen zijn gaan werken en de wolken pakken samen in het oosten van dit land, waar ik heen moet gaan.

Geen Titel 44

Tuesday, 21 September 2010

21092010

we aten suikergoed van je roze, geel en rood
de wolken waren van oranje
de mist hing laag, rond de koepel van justitie

van een beetje caspar david friedrich
is nog nooit iemand dood gegaan.

Saturday, 18 September 2010

Sunday, 22 August 2010

22082010

Ik wil graag fietsen in de provence.
Lavendel en graan en lichtbruine kerken.
Een nazomer in het zuiden.

Met ceders en pijnbomen.

En nu? Wat is er nu? Morgen is er onweer.
Gaan we gauw samen liggen?
Platen luisteren.
In de zon, zon, zon zien zakken in de zee.

voor N.

21082010

Slaap als een reus
Slaap als een roos
Reuzeke Rozeke

Herinnering in dozen
Dat smaakt zo zoet,
maar 't doet u tranen
't doet u draaien,
maar 't smaakt zo zoet.

Slaap als een roos
SLaap als een reus
Reuzeke Rozeke

bedankt, PvO


Tuesday, 17 August 2010

Monday, 16 August 2010

+32etc.

il n'y a pas de hasard,
il n'y a que des rendez-vous
Paul Eluard

Hier is het goed, met mensen in auto's en velden met kapellen. Akkoord, de lucht is vochtig, maar een schoner wolkendek, dat vindt ge niet. Dat hangt zwanger boven de graven en de huizenlinten maar niemand die hun blos nog kan zien. Het regent, het regent, de pannekes worden nat. Nat van geilheid, blijheid, van den elketriek in de lucht. Oh! Die wolken. Mist op de vaart, rijm in het gazon van juffrouw en doctorandus.

De wolken zijn de schilders beste vriend. Het gebrek aan adembenemend landschap doet ons dromen en creëren. Maar schrijven? Taal vastzetten in boeken en wetten die werken? Dat wil niet lukken. We zitten als zwijnen dicht bijeen, we kunnen niet in stilte denken, want daar is Josée achter het gordijn en Kato op de fiets met Luca erachter aan. En de wolken die vliegen, mager of zwanger. Ze bevruchten 't land van onze aarde, zandlemigzoet Vlaanderen, zwijnenkot aan de Noordzee. Geen dijken, Ruhrgebieden of wijngaarden, maar vaarten en halve ringen en treinen die rijden en stoppen dat het een lieve lust is. Dit microland is van ons en we kijken naar de patatten die we rooien, bruneren en sauteren, gratineren of versnijden. Ne mens moet iets in handen hebben, hé! Want van de lucht en de liefde gaat ge niet leven. Doe goed en doe voort. Zo worden de patatten ons hoogste goed, en de velden ons erfdeel.
De boeren zijn nu garagisten, kleine zelfstandigen en burgemeesters in mooi pak. En we juichen voor coureurs rond een kerk van holle woorden en lege graven. Kapel, zwijn en aardappel. Maar nog steeds die wolken, die over Oostende golven en neerslaan op de polders. Ze zwellen en groeien en breken boven Brabant, waar wij elkaar zagen.
Een goed gesternte bestaat hier niet, hier zijn geen nachten. Knipperlichten, flitslichten, lichtlinten zijn de grenzen. Onzichtbare grenzen, gerespecteerd door mens en beest. Ik zeg hie en gij zegt gie en dich en mich en ik begrijp je niet, maar dat is goed, want de koers verbindt ons allen. Allez, santé, circulez.
Ik denk dat de wolken rond mijn hoofd hangen, maar ze zakken. De mist hangt niet meer voor mijn ogen. Ik zie de zon, daar ginds, in 't noorden. Gek! De zon die komt daar niet! En toch, dat magisch licht met groen en blauw en ijskristallen. Soms komt het licht vanuit het westen. Dat schone westen. Mensen spreken hier veel, maar zeggen zo weinig. Want, wat valt er te zeggen? Ik vermoed weliswaar niet dat jouw licht vanuit mijn glottale heimat komt, maar van nog verder. De golven zijn daar groen, allicht, dat denk ik toch, groen als de dame die hen bewaakt. Daar zijn bergen en zeeën en men begrijpt elkaar! Het is zo ver, uw westen. Al denk ik dat mijn westen evenzeer ver van de wereld verwijderd is. Goed beschermd tegen de vooruitgang en milieuactivisten. Je kan wel schuilen in jouw oosten, en weg zijn van ons Brabant. Maar geschiedenis is hier ons water. Wij drinken en wij eten historie. Van Goedendagen en de loopgraven, van de Walen en de Duitsers, van het secundaire onderwijs en gebroken harten, katers en Katrina's. Vluchten gaat hier niet, men kan hier niet pauzeren. Want het gaat vooruit, al staat het land heel stil en schuifelt het vooruit naar Echternacht.
De zingende bossen van het noorden lokten me en bezweerden mij met stiltes die ik niet kende. De wolken zijn nog in mijn ogen, maar drijven over andere landen. Ik zie de wolken ook bij jou, jij gaat ze zien dalen en wenen boven Nieuw Engeland, met zoete herfstdagen en meedogenloze winterdagen. Het isolement dat wij niet (meer) kennen doet ons goed. Een nieuw begin. Een mens leeft wel drie, vier keer! Met verhalen van een continent dat nu wat ligt te kermen in prachtig puin. Met verhalen in een continent, het nieuwe Rome,dat blinkt in chroom en staal!

Wij blijven hier, de vloed verzwelgt ons niet, van 't weer gaan wij niet dood. De klei van ons zoet vaaderland plakt nog aan onze schoenen, maar 't is geen lood niet meer. Nu gaan wij vliegen. De klei houdt ons samen, de wolken doen ons denken aan onszelf, ons oude zelf, ons aloud taaltje van smout, vet 'espe en spel en daar in't groene boekenhout liggen geheimen verscholen. Geheimen die aan het licht komen, zodra we over de heuvel van 't groene gras kijken. Daar is 't vlakke land van bier en frieten, van coureurs en ijskreemstranden. Ons huis is waar de wolken drijven, de klei die doet ons vluchten, de klei die ons doet vliegen.

Het ga je goed, ginds.